De personen in het gezin die u ten laste kan nemen zijn een belangrijke aftrekpost binnen uw aangifte in de personenbelasting. Er bestaat soms onduidelijkheid over wie eigenlijk ten laste kan zijn.

Om ten laste te kunnen zijn gaat het strikt om personen die op 1 januari van het jaar volgend op het inkomstenjaar deel uitmaken van het gezin.

Uw partner is nooit ten laste! In geval van een gemeenschappelijke aanslag spelen hier andere fiscale voordelen zoals bv. huwelijksquotiënt, als hij of zij geen of weinig beroepsinkomsten heeft.

Kinderen zijn de meest bekende aftrekpost binnen de aangifte in de personenbelasting, maar onder bepaalde voorwaarden kunnen ook ouders, grootouders en broers en zussen van 65 jaar of ouder ten laste genomen worden. Dit levert een bijkomende belastingaftrek van €3.030,00 op. Het inkomen van de persoon ten laste moet wel beperkt zijn tot een maximum aan netto-bestaansmiddelen van €3.140,00. De eerste schijf van de door die personen ontvangen pensioenen van €25.260,00 wordt niet beschouwd als bestaansmiddelen.

Bij uitbreiding kunnen de personen waarvan u als kind ten laste was, nu ook bij u ten laste worden genomen (bv. een tante waar u tijdens uw jeugd woonde). Hier is de aftrek, net als bij ouders die de 65 jaar niet bereikt hebben, beperkt tot €1.520,00.

Voor kinderen zijn de eigen bestaansmiddelen beperkt volgens uw gezinssituatie. Hier zijn niet als bestaansmiddelen aan te merken, de eerste schijf van €2.610,00 inkomsten uit studentenarbeid en een eerste schijf van €3.140,00 ontvangen onderhoudsuitkeringen.

Een belangrijke wijziging is dat de fiscale aftrek voor kinderen in co-ouderschap niet langer beperkt is tot 18 jaar. Sinds 1 januari 2016 geldt de aftrek zolang ze voldoen aan de onderhoudsplicht, ongeacht de leeftijd.

Aarzel niet om contact op te nemen met uw dossierbeheerder om u te laten adviseren voor uw persoonlijke situatie.