Optionele BTW op professionele onroerende verhuur (vermoedelijk) vanaf 01/10/2018

Vanaf 1 oktober 2018 zal een optiestelsel voor BTW en onroerende verhuur ingevoerd worden.

De optie impliceert enerzijds dat de verhuurder BTW zal moeten aanrekenen op de huurprijs, en deze BTW vervolgens zal moeten afdragen aan de Belgische Staat, maar dat de verhuurder anderzijds wel de BTW die hij betaald heeft voor de oprichtings- of renovatiewerken van het gebouw in aftrek zal kunnen brengen.

Om de optie tot verhuur van een gebouw met BTW te kunnen uitoefenen, moet  de huurder de hoedanigheid van BTW – plichtige hebben en het gebouw uitsluitend voor zijn economische activiteit gebruiken.

De huurder en de verhuurder moeten gezamenlijk de optie om de verhuur aan BTW te onderwerpen uitoefenen.  De optie geldt voor de gehele duurtijd van de huurovereenkomst.

Deze optie is enkel mogelijk voor nieuwe gebouwen of vernieuwbouw waarbij de BTW vanaf 1 oktober 2018 opeisbaar wordt. Gebouwen waarvoor reeds eerder kosten gemaakt zijn (bv. kosten voor architect) komen niet meer in aanmerking.

Voor de gebouwen verhuurt onder het optiestelsel zal er een bijzondere herzieningstermijn van de  BTW van 25 jaar ingevoerd worden. Dit in tegenstelling tot gebouwen die niet met de BTW – optie verhuurd worden, waarvoor er een herzieningstermijn van 15 jaar telt.

De beperking om enkel nieuwe gebouwen met BTW te verhuren zal niet gelden voor verhuur van opslagruimten.  Voor opslagruimten kan de keuze voor BTW onmiddellijk gelden bij nieuwe huurcontracten vanaf 1 oktober 2018.  De regel dat maximum 10% van het gebouw als kantoor voor het beheer van de goederen mag gebruikt worden, vervalt.  Voortaan volstaat het dat het gebouw “hoofdzakelijk” voor het opslaan van goederen gebruikt wordt.

Een bijkomende nieuwigheid is dat vanaf 1 oktober 2018 kortlopende verhuur, zowel B2B als B2C, verplicht aan BTW zal onderworpen zijn.  Hierbij worden contracten van maximaal 6 maanden geviseerd.  Denk hierbij aan de verhuur van seminarie- en feestzalen.  Contracten met betrekking tot onroerend goederen bestemd voor bewoning of voor handelingen van sociaal-culturele aard zijn hierop een uitzondering.

Deze maatregel zal de concurrentiehandicap met de buurlanden wegwerken en investeringen in vastgoedpatrimonium stimuleren.