Sinds 1 januari 2018 is voor elke belastingplichtige de eerste schijf van 640 euro aan ontvangen dividenden voortaan vrijgesteld van roerende voorheffing. Deze vrijstelling is van toepassing op alle dividenden, van zowel Belgische als buitenlandse bedrijven. Maar geldt echter niet voor dividenden van beleggingsfondsen en juridische constructies. Deze vrijstellingsregel geldt enkel voor natuurlijke personen.

Interessant; uit de wetteksten blijkt dat ook een dividend van 640 euro uit uw eigen bvba van belasting vrijgesteld wordt.

Dividenden zijn normaal aan 30% roerende voorheffing onderworpen maar er kunnen andere tarieven van toepassing zijn. Dit geldt op dividenden van privé beleggingen van beursaandelen, alsook wanneer u een dividend opneemt uit uw eigen bvba. Wordt er u bijvoorbeeld in juni 2018 een dividend toegekend van 1.000 euro, dan moet hier de roerende voorheffing van 300 euro (30%) op ingehouden worden. U krijgt dus net zoals vroeger 700 euro netto uitgekeerd.

De vrijstelling volgt pas later. In uw aangifte personenbelasting dient u namelijk de betaalde roerende voorheffing te gaan verrekenen. Hernemen we het voorbeeld, dan kunt u dus van die 300 euro, maximaal 192 euro (nl. 640 euro x 30%) opnemen in uw privé aangifte voor inkomstenjaar 2018 die u midden 2019 moet indienen. Aandeelhouders kunnen vrij kiezen voor welke dividenden ze terugvordering van roerende voorheffing vragen. De korf van dividenden kan dus zelf worden bepaald en geoptimaliseerd.

Heeft u een vennootschap, dan kunt u binnenkort dus op de algemene vergadering over boekjaar 2017 die 640 euro dividend opnemen. De roerende voorheffing wordt in eerste instantie wel gewoon ingehouden en nadien moet u die dan via uw aangifte personenbelasting recupereren.