Tijdens de bekendmaking van het begrotingsakkoord werd reeds beslist dat de tankkaart met ingang van 1/1/2017 zwaarder belast zou worden voor de werkgever/vennootschap. In het voorontwerp van de programmawet (5/12/2016) krijgt deze bijkomende belastingdruk vorm.

Als vennootschappen een firmawagen ter beschikking stellen aan een werknemer of bedrijfsleider, moest tot nu toe 17 % van het bedrag van het voordeel m.b.t. die auto opgenomen worden in verworpen uitgaven. Vanaf volgend jaar wordt dat percentage opgetrokken in de gevallen waarin de vennootschap naast de wagen ook een tankkaart ter beschikking stelt. Dan moet 40 % in plaats van 17 % opgenomen worden in verworpen uitgaven. Deze 40% (of 17%) dient altijd te worden opgenomen in de belastbare basis van de vennootschap. Overdraagbare verliezen, notionele intrestaftrek, investeringsaftrek en andere aftrekken kan men dus niet compenseren.

Concreet: Stel dat u als bedrijfsleider een auto met voordeel alle aard van 2.500 EUR ter beschikking gesteld wordt. Dan betaalt u altijd een minimumbelasting van 340 EUR (2.500 EUR x 40% verworpen uitgaven x 34% theoretische vennootschapsbelasting), ongeacht het verdere resultaat van uw vennootschap.

Bovenstaande toelichting is gebaseerd op ontwerpteksten, die nog niet besproken werden op de ministerraad, en aldus nog geen definitieve toe te passen wetgeving vanaf 01/01/2017.